E

Ebe  - Kracht en Moed, Everzwijn

Edgar, Eduard, Edward, Ned - Beschermer van het bezit, Verdediger van het erfgoed, bezit met de speer

Edith - Strijdster voor het erfgoed, bezit

Edmar - Erfgoed, vermaard, beroemd

Edmond, Edmund, Edmundus, Edmon, Edemonda, Edmonda - Beschermer van het bezit

Edo, Eelco - Edel

Edsart, Edser, Esdert, Idsart, Idzerdina - Sterk door het zwaard

Edwin, Ed, Eddie, Eddy, Edwina, Edwine - Trouwe vriend

Eef, Eefje, Eefke, Aike, Iefke -  Leven gevende

Eekhard, Eckhard, Eekart, Eggert, Ekhard - Sterk door het zwaard

Egbert - Schitterend zwaard

Eggerik - Machtig door het zwaard

Eileen, Aileen - De Vriendelijke

Eimert - Beroemde Strijder

Elaine, Elien, Eline, Ellen - Fakkel, de Stralende, schitterende

Elegast - Edele Bezoeker

Elektra - Barnsteen

Eleonora - God is mijn licht

Elfried, Elfred, Elfride, Elfriede, Elfie, Elfreda - Edele Vrede of raadgever van de elfen

Eli, Elia, Elias, Elija, Élie, Ellis, Ilja, Eline - Jahwe is mijn God, Verhevenheid, hoogte

Elian, Elianne - Jahweh is mijn God

Elisa, Elise, Elisaüs, Eliza, Elisée - God is krachtig of God heeft geholpen

Elisabeth - Ik zweer bij God, op God is mijn getuigenis

Elja - Jahweh is mijn God

Elke, Elkie, Elleke - Van Edele afkomst

Ellen - Afgeleid van Eleonora en Helena

Elles, Ellis - Van Edele afkomst of Ik zweer bij God

lma, Elmi, Elmy - Wilskrachtige Beschermer

Elodie - Allemaal rijkdom, een en al rijkdom

Eloy - Uitgekozen

Elroy - De Koning

Els, Elsbeth - Ik zweer bij God

Elsemieke - zee, bitter, bedroefd

Elva - Vriend van de elf, luchtgeest

Elvera - Edel

Elvira, Elvire, Elvis - De Verhevene of de Beschermde

Elwin - Edele vriend

Emerentius, Rens, Amanenthia, Renske - De Kostwinner

Emiel, Emile, Emilie, Emily, Emmelie, Emmelien - Zacht, vriendelijk, mededinger

Emke, Emma, Emmeline, Emmie, Emmy, Emy - Groot, geweldig, de Onvermoeibare

Emmerik, Emmericus, Emmerich, Emeny, Imre - De zeer Machtige

Engelien, Engel, Engela, Engele, Engelina, Engelinus, Enith - Afgezant, Engelachtig of bosleeuwerik

Engelbert, Engelbertus, Engelbrecht, Engelberta, Engelbertina - De Stralende, Glanzend

Enzo - Zwaard

Eran - Waakzaam

Erasmus, Elmo, Rasmus, Ermo, Erasma - Beminnenswaardig

Eric, Erica, Erich, Erik, Erika, Erikje - De Enige macht, Alleenheersende, heerser van de wet

Erlijn - Vrije man, edelman

Ernst Ernest - Vastberadenheid, ernstig

Ernst-Jan - ernst, vastberadenheid

Erwin, Erwijn, Harrewijn, Herwin, Erwina, Erwine - Vriend van het leger

Esmaralda, Esmiralda, Esmeralda, Meraud, Smeralda, Smaragdus - Smaragd

Esmee, Esmée - Beminde, Smaragd

Ester, Esther, Hester, Hestera - Ster, lieflijke jonkvrouw

Estrella - Ster

Ethel - Edel

Etiënne - Krans of Zegekrans

Eugen, Eugenie, Eugenia, Eugiëne, Egénie, Eugenius - Welgeboren, van goede afkomst/edele geboorte

Eulalia, Eulalie - De Welbespraakte

Eusebius, Eusébie, Eusebio, Eusebia - De Vrome

Eva - De Leven brengende

Evert - Sterk, dapper, sterk als een everzwijn

Ewoud - Heerser volgens de wet, Wettelijk heerser

Ezra - De Hulp biedende