F

Faas - Weldoener

Fabian, Fabianus, Fabia, Fabiana, Fabien, Fabiënne, Fabiola - Verbouwer van bonen

Faith - geloof, vertrouwen

Falco, Falk, Falke, Fulco, Falkje - Valk, Kromklauwige

Fatima, Fatma, Fatimah - De Lichtende, verlichte

Fanny - Zegekrans of Krans

Fay, Faye - Geloof, vertrouwen, fee

Fedde, Feddo, Fetske - Vrede

Fedor - Geschenk van God

Feike, Feiko - Vrede

Feline - De Heer geneest of Vruchtbaar, Gelukbrengend, gelukkig

Felix, Feliciaan, Félicien, Felicia, Fee, Félicité - Trouwe vriend, Gelukbrengend, gelukkig

Femke, Femma, Femme, Femmy - Vermaard door vrede, Beroemde beschermster

Fenna, Fenne, Fenneke - Moedige Beschermer

Ferdinand, Ferdinandus - De Dappere Beschermer

Ferre - Vredige geest

Fieke -Wijsheid

Filemon, Philemon - Kus

Filibert, Fulbert, Filiberta - De zeer Beroemde, Schitterende

Fillipus, Filip, Flip - Paardenvriend

Filomena, Folomela - De Geliefde

Fiona - Wit, blond

Flavius, Flavia - Blond, goudgeel

Fleur, Floor, Flor, Floortje, Floeriene - Bloem

Floran, Florian, Floris, Florentius, Florens, Florence - Bloeiend, bekoorlijk

Foeke, Foekje, Fouke - Krijgsvolk

Folke, Fokke, Focco, Fokko, Foke, Fokkeltje, Volko, Fulk, Folkje - Krijgsvolk

Folker, Folkert, Folgert, Folkje - Sterke onder het Volk

Folmer - Beroemd onder het Volk

Fons, Funske - Hij die tot alles bereid is, Bereid tot de strijd

Frans  - De Fransman/vrouw

Fraukje, Frauk, Froukje, Vrouwtje - Meesteres, Voorname vrouw

Fred, Freddy, Frederik - Machtig door vrede

Freya - Heerseres

Friso - De Fries

Fritjof - Dienaar van de vrede