I

Ian, Iain - God is genadig

Ibraheem, Ibrahim - Vader van Velen

Ida - De IJverige

Idris - De vurig lezende

Ieke - Zwaard

Ies - Geschenk van Isis

Iggy - Enig kind, Zoon van Igo

Ignatius, Ignaas  - De Vurige, de Begeesterde

Igor - De Waakzame

IJtje - De Goddelijke, door God beschermd, de Godsbeschermster

Iikka, Iisakki, Ike, Ikari, Ilar, Ilari - Hij die lacht

Ilaij, Ilay, Ikaika - Sterker

Ilana, Ilan, Ilona - Fakkel, de stralende, schitterende

Ilco - Adel of edel

Ileen - Plezierig, mooi

Ilas, Ilies, Ilja, Illias, Ilva -  Jehovah/Jahweh is mijn God

Ilke, Ijlke - De IJverige

Ilse, Ilsa, Ilza - Ik zweer bij God

Immanuël, Imanol - God zij met ons

Imke, Imme, Irmin - Groot, geweldig

Indi, Indira, Indy - Mooi of schitterend

Indra - De Machtige

Ines - De Kuise

Inga, Inge -  rijden

Ingeborg, Inge, Ingebarg - Waarschijnlijk: Door de Goden beschermd

Ingmar, Ingwar - Waarschijnlijk: Door de Goden beroemd of Door de Goden beschermd

Ingrid, Inger - Goddelijke ruiter

Inis, Iniss, Innes, Innis, Inys - Het eiland, Van de rivier

Ireen, Irene, Irena, Irina - Vrede, de Vredelievende

Ira - oplettend, erfgenaam

Iris - Regenboog of  een bloemennaam

Irven, Irvyn - Witte,

Irving, Irwin - zee of vriend

Isaac, Isaak - God moge toelachen de lachende, hij die lacht

Isabel, Isabella, Isabelle, Bella, Belle, Izabella, Isabeau - God is mijn eed, Ik zweer bij God

Isai, Isaia, Isaiah, Isaias, Isaiha, Isayah, Issy, Izayah - Hij ziet uit naar God, verlossing door God

Ischa, Isha, Iscah - Gelukkig door redding van god

Isidorus, Isidor, Isidoor, Isedoor, Isidore, Isadora - Door Isis geschonken

Isolde, Isolda, Iseult, Iseut, Isotta - Heersen met vaste hand