N

Naan - Afkomstig uit de buurt van Venetië

Naatje - Genadig, lieflijk

Naära - De Nakomeling, meisje

Nabila - Van adel, Adellijk geboren

Nachman, Nachum, Nahum - De Troostende

Nachson - De Voorspeller

Nadda - Vrijgevig

Naddy, Nadieh, Nadine, Nadra - Bijzonder

Nadette - Sterk of moedig als een beer

Nadia, Nada, Nadina Nadine, Nadège, Nadinka Nadja - Hoop

Nadira - Kostbaar, zeldzaam

Nagini - Slang

Nairi - Land van de Canyons

Nalani - Kalm als de hemelen

Naline - Heersend als een adelaar

Namara - Hond van de zee, Zeehond

Nami - Golf, watergolf

Namke - Bakernaam

Nana, Nan, Nanieke, Nanine, Nans, Nanon - Jahweh is genadig

Nancy - Genadig, lieflijk

Nand, Nanda, Nandine, Nandita - Moedige beschermer, Dapper in de strijd, waaghals

Nanet, Nanette, Nannette - Genadig, lieflijk

Nani - Mooi

Nanja - Opstandig

Nanna, Nanni, Nannina - Genadig, lieflijk

Nanne - Jahweh is genadig

Naomi, Naëmi, Naima, Naimi - Lieflijkheid

Narcissa, Nara - Narcis

Narelle - Vrouw van de zee

Nari - Donder

Nard, Narda, Nardina, Nardine - Sterk of moedig als een beer, sterk of dapper als een leeuw

Nascha - Uil

Nashota Tweeling

Nasya - Mirakel

Nata - Spreker

Natalia, Natalie, Nathalie, Natalija, Natasja, Natscha - Geboortedag

Natesa - De Vernietiger

Nathanael, Nathaniel, Nathaniël, Nat, Natan, Nathan, Netanel, Noson, Natania, Nathanie, Nathanaëlle - Door God gegeven, Geschenk van God

Napoleon, Nap, Pol, Napoleone - Woudleeuw

Naud - Hij die heerst als een adelaar

Nausikäa, Nausicaä - Griekse prinses

Nechemia - Getroost door God

Neele, Neeltje, Nelis - De gehoornde, de geharde

Nellie, Nelly - Fakkel, de stralende, de schitterende

Nena - Maria uit Magdala

Nero - Sterk, streng beoordelend

Neville, Nevil - Uit hoge kringen, Aristocratie

Nicolaas - Overwinnaar van het volk

Nina, Ninette - Koosvorm van Anna

Nigel - Kampioen, aanvoerder

Nilles - De gehoornde

Nils - Overwinnaar van het volk, De gehoornde

Nina, Nine, Ninke, Nintske, Nienke, Nynke - Rein, zuiver, Genadig, liefelijk

Nissan - Vaandel

Nissim - Wonderen

Noa, Noah, Noach - Rust, troost

Noam - Plezier, de Vrolijkheid

Noël, Noel, Noela, Noëlia, Noelle, Noëlle - Op Kerstmis geboren

Noita - Heks

Nola - De Nobele

Noor, Noortje - Genade

Nora, Norah - Eer, De Eervolle

Norbert, Norbertus, Norberta - De Schitterende

Norman, Norma - Man uit het Noorden, Noorman

Noud, Nout - Hij die heerst als een adelaar