Z

Zabrina, Zabrine - Druppelaar

Zacharias, Zacharias, Zachary, Zachy - Jahweh Gedenkt

Zafirah - Saffier

Zahra - Prachtig, stralend

Zainab - Mooi, knap of Geurige boom

Zala, Zale, Zalia - Roos, doornstruik

Zalika - Van Koninklijke afkomst

Zaltana, Zaltane - Hoge berg

Zander, Zandra - Beschermer

Zanna - Jahweh is genadig

Zannie, Zanne, Zanny - Lelie

Zantha, Zanthe - Blond

Zara, Zarah, Zarita - Vorstin

Zasha - Beschermer

Zef, Zep, Zefys, Zjef, Zeva - Arend die land

Zefanja, Zefanya - God Beschermt

Zefyrina, Zefyrinus, Zephier, Zephyrina - Storm of wind

Zeger, Zegher, Zegerdina, Zegerina - Afleiding, zie Sieger

Zelda - Strijdster met grijs haar

Zelena, Zelene, Zelina - Maan, glanzend als de maan

Zelia - Zonneschijn, de zonnige

Zella - De kleine krijgshaftige

Zena, Zenah, Zenia, Zeno, Zenon, Zino, Zinon - Geschenk van Zeus

Zenobius, Zenobia, Zenovia - Leven van Zeus

Zerina - Kalm, opgewekt, helder

Zerlina - Mooie dauw

Zeva - Jahweh geve vermeerdering

Ziena, Ziene - Koningin

Ziggy - Overwinning, vrede

Zihna - Weven, geweven

Zina - De krachtige met de speer, Overwinnaar van het volk

Zippora - Vogeltje

Ziska, Zisca - Fransman

Zita, Zitta - Gelukkige toestand

Ziva - Helder

Zlata, Zlatan, Zlatka - Goud

Zoe, Zoë, Zoé - Leven

Zofia - Levenswijsheid

Zondra - Beschermer

Zora, Zohra, Zorya - Morgenstond, Pracht

Zorana, Zoran, Zori, Zorina, Zorine, Zorna - Sultan

Zosimus, Zosima - De Levenskrachtige

Zus, Zuske - Zusje

Zwanie, Zwaan, Zwaantje - Zingen, Toon geven